donderdag 19 augustus 2010

Onder het mes-Deel III

Het eerste dat ik zag toen ik werd, waren allemaal computers. En ik trilde heel erg. Alsof ik een epileptische aanval had, maar dan 10 keer erger. En toen sliep ik weer.
Later werd ik weer wakker, nog steeds trillend. Ik zag een zuster, die een soort deken over me heen legde met een kacheltje eronder. Ook gooide ze iets in mijn infuus waardoor mijn arm heel stijf werd. Maar het werkte wel, en na een paar minuten had ik het eindelijk weer warm. Ik voelde met mijn rechterhand aan mijn hoofd, wat een beetje moeilijk ging omdat er een infuus in vastgeprikt zat. Er zat een groot, dik verband om mijn hoofd, waar mijn haar in pieken overheen hing. Ik bedacht me dat ik eruit moest zien als een Stampertje uit Pluk. Eigenlijk voelde ik me helemaal niet slecht. Alleen een beetje moe.
Na heel, heel lang wachten, kwam eindelijk weer mijn zuster van de kinderafdeling, die me naar mijn kamer reed. Eigenlijk weet ik niet veel meer van die middag, behalve dat ik me steeds slechter ging voelen, mijn hand pijn deed en dat papa, Marieke en Eva-Lotta langs kwamen met de al eerder genoemde helium-ballonnen.
De avond brak aan en ik had al 8 pillen geslikt, maar had nog steeds pijn. Mijn KNO-arts kwam langs met de uitslag, want ik en mijn moeder wisten allebei nog steeds niet of het allemaal überhaupt wel geslaagd was. De uitslag: alles is goed gegaan, de cholesteatoom was in zijn geheel verwijderd, maar had wel de nodige schade achtergelaten. Mijn aambeeld (een van de gehoorbeentjes) was helemaal aangetast, dus die is weggehaald. Dat betekent dat ik binnen een jaartje nog een operatie moet, dezelfde, maar nu om te kijken of de cholesteatoom nog steeds weg is en om een nieuw aambeeld te plaatsen. En mijn smaak is een beetje aangetast.
Maar eigenlijk is alles helemaal geslaagd, behalve dus dat aambeeld.
Mijn moeder heeft de hele avond, tot 10 uur, voorgelezen (want ik kon het niet zo goed zelf) en daarna kwam de nachtzuster om te zeggen dat ik nu echt moest slapen. Maar dat ging een beetje moeilijk, omdat ik a) alleen maar rechtop kon slapen, b) daardoor na een uurtje slaap last van mijn nek kreeg, c) mijn infuus midden in de nacht begon te piepen en d) de nachtzuster om 2 uur mijn kamer binnen kwam stampen en zei: ''Hoi, ik ben de nachtzuster, ik kom even kijken of je slaapt!'' en mijn infuus verving plus nog wat pijnstillers gaf.
De volgende ochtend, na een beroerde nacht met overgeven (nou ja, kokhalzen, want ik had de hele dag en nacht niets gegeten, behalve pillen) voelde ik me een stuk beter. Ik at een ontbijtje zonder te kotsen! En toen kwam er een zuster, goddank niet de nachtzuster, die mijn infuus eruit haalde en het verband verving voor een pleister. Papa kwam, we pakten onze spullen en toen liep ik naar de KNO-poli voor een laatste onderzoekje en wat instructies.
EN TOEN MOCHT IK NAAR HUIS!!
Intussen gaat het al heel goed, ook met mijn smaakpapillen. De hechtingknoopjes zijn eruit, evenals het gaasje in mijn oor en de pleister is er ook af. Ik hoor nog steeds geen barst met rechts, maar dat was toch al zo.
Ik heb trouwens een prachtig litteken. Van onder mijn oorlel tot helemaal bovenlangs mijn oor.
Zo. Dat was dan het Ziekenhuisavontuur. Over een jaartje weer..

1 opmerking:

  1. toch wel aan de achterkant van je oor hè?
    En het voordeel is; als je de herrie zat bent ga je op je goeie oor liggen, is het gelijk stil

    BeantwoordenVerwijderen