donderdag 1 september 2011

Waterpijpen, zingende vrouwen en Psalters in het wild

De titel spreekt voor zich: ik ben dit jaar voor het eerst naar het Flevo Festival bij Bussloo geweest. Het was.... bizar.
Het begon allemaal al donderdagochtend, vroeg. Ik stouwde mijn fietsje vol met slaapzak, kleren en overige troep en fietste naar het huis van Gideon, waar men eveneens bezig was met het strategisch beladen van fietsen. Uiteindelijk fietsten we (natuurlijk niet zonder dat er af en toe wat van de fietsen afviel en op straat belandde) naar Hannie, waar zij en Herman druk bezig waren met de bijna-onmogelijke opdracht om alle grote spullen van onze mede-tentbewoners in hun auto te stoppen. Het deed me een beetje denken aan zo'n rare houten puzzel die je eerst uit elkaar moet halen en daarna niet meer ín elkaar krijgt, tenzij je zo'n ruimtelijk inzicht heb, iets waar ik niet over beschik. Gelukkig beschikt Herman wel over zo'n inzicht en na 3 x goed duwen en proppen kreeg hij dan toch de achterklep dicht. We konden vertrekken.
De parkeerplaats op Flevo was één grote modderzooi, maar gelukkig had ik een stel prachtige bloemenlaarsjes aangeschaft. Al gauw was onze mega-legertent ingericht en kon het feest pas écht beginnen.
Maar waar?! Gideon en ik slenterden rond over het festivalterrein belandden bij de zogenaamde punkband Nicegrass, afkomstig uit het prachtige Vlaanderen. Het had wel wat hoor, een Vlaams pratende versie van Billie Joe Armstrong. Helaas voor Nicegrass ben ik al lang geleden gekapt met Green Day en dus liepen we verder.
We kwamen bij de Twentse band Maggie's Bookshop uit. Blijkbaar had deze band niet zoveel fans, want we stonden helemaal vooraan, tegen de hekken. Het was een heerlijk optreden, met veel gedans, gespring en geheadbang. Maakte niet uit dat het een bak herrie was, gezellig was het zeker!
Daarna gingen we naar de Oase om uit te rusten. De Oase bestaat uit twee woestijntenten (de kamelen moet je er even bij denken) waar je heerlijk kunt liggen op kussens en van een waterpijp kunt lurken. Door een soort van toeval kwamen we middenin een seminar van de Psalters terecht. Voor degene die de Psalters niet kennen, léér ze kennen. Als je ze ziet denk je af en toe ''huh? een verdwaalde neanderthaler?!'', maar ze maken geweldige muziek met een goede boodschap. Na even uitgerust te hebben, waren we klaar voor een gezellig optreden van Hikoikoi. Dachten we. Helaas vielen ze een beetje tegen, onder andere doordat de stekker uit de gitaar van de zanger viel. Koste weer een paar minuten om dat technische mankementje te verhelpen. Daar hadden we het dus gauw weer bekeken.
Tijd om te eten! Ondanks dat de vaste Flevo-kok niet mee was, wist Hannie het toch voor elkaar te krijgen om een heerlijke maaltijd te bereiden.
Aangezien het hoofdprogramma die avond niet zo heel interessant was, besloten Gideon, ik en de ''grote mensen'' in de eindeloos lange rij voor de piepkleine ''Belofte'' te gaan staan voor de Humming People. Nadat we ons uiteindelijk naar binnen hadden gewurmd (komt dat dunne lichaam van mij toch nog van pas), bleek dat we bij een van de meest geweldige concerten aller tijden waren beland. Dus dat werd weer eindeloos dansen.
Ik was zó moe, dat ik besloot thuis te slapen. Maar die volgende ochtend kon ik niet wachten om weer terug te gaan. In de tent trof ik een aantal slaperige koppen. Haha.
We begonnen die ochtend met een uurtje worshippen in de Oase met de Psalters. Werkelijk heel mooi en bijzonder.
Daarna slenterden we wat rond en ontdekten Het Atelier, een tent waar iedereen kon knutselen en creatieve uitbarstingen kon uiten. Gideon's Flevo-tas was inmiddels kapot gegaan, dus vonden we daar naald en draad om de tas te repareren (jaja, handwerkende jongens bestaan nog!). Ik had mijn Wrek this journal meegenomen en vond dit wel een geschikt moment om er wat moois in te borduren.
Met de gerepareerde tas en al verlieten we Het Atelier en liepen naar de Tuinkamer, een zeecontainer die als huiskamer ingericht was, waar vooral singer-songwriters speelden. Maar dit keer dus niet. Dit keer zaten er een saxofonist en een trombonist die beiden niet konden ophouden met lachen op het dak. In de container stond een eveneens melige zanger met drummer en gitarist. Ze bleken Make Up Your Mind (MUYM) te heten en ska te spelen. Het hele optreden was al net zo melig als de kerels zelf. Af en toe zei de zanger dingen als ''Ja, nu ben ik toch echt mijn tekst kwijt...'' en riepen de blazers dingen naar beneden als ''Welke versie doen we nu eigenlijk?''... En nog altijd konden ze niet stoppen met lachen.
Na de lunch in onze megatent haastten we ons naar het tweede optreden van de Humming People. We waren vroeg, dus stonden we, net als bij Maggie's Bookshop, vooraan. Het was een optreden om nooit te vergeten. Er is niks leukers dan vooraan staan bij een supergaaf klein concert samen met je vriendje. De muziek was doordrenkt met Johnny Cash- en andere countryinvloeden en dat maakte het vrolijk, en dus ook heel dansbaar. De gitarist ging nogal op in zijn spel en trok daarbij af en toe onbewust de meest komische gezichten. En als je vooraan staat is dat heel erg leuk om te zien. :-)
Na het optreden waren mijn handen stuk geklapt en mijn keel bijna schor, maar ik had nog wel de fut om een cd te kopen.
Helaas had Gideon's tas het weer begeven en dus doken we opnieuw het Atelier in. Niet dat we dat erg vonden ofzo. Het leverde een paar lachbuien, leuke foto's en geanimeerde gesprekken op. Daarna lieten we mijn Wreck This Journal uit, een van de opdrachten in dat boek. We kregen natuurlijk een hoop vreemde blikken toegeworpen en een paar rare vragen naar onze kop geslingerd, maar aangezien we dat toch al gewend waren was het alleen maar leuk om te zien hoe het boek steeds viezer werd.
Na een opnieuw heerlijke maaltijd van Hannie maakten we ons op voor het avondprogramma. Het begon met heerlijk lang en lui in de Oase liggen, kijkend naar hoe de waterpijprokers steeds lomer werden. Voordat ik in slaap kon vallen gingen we naar het hoofdpodium, waar Seabird net bezig was met hun laatste nummers. Ik moet zeggen dat ze veel beter geworden waren. Maar wat daarna kwam, was natuurlijk het beste van het hele festival... HB!
Twee jaar geleden waren ze er ook. Helaas kon ik toen niet komen. Het klinkt misschien vreemd hoor, ik bij HB. Het is namelijk zo dat ik een hekel heb aan zingende vrouwen (sorry papa) en aan metal. HB heeft het allebei. Maar deze metal is anders (het is symfonische én christelijke metal) en deze vrouw is anders. Ze zingt namelijk niet alsof ze aan het bevallen is ofzo.
Gideon en ik probeerden ons zo goed en zo kwaad als het ging naar voren te werken. De lichten gingen uit en de presentator begon een lulverhaal. Blijkbaar hoort dat nou eenmaal bij een superoptreden. Dan lijkt het allemaal nog superder. Gelijk al bij het eerste nummer was het duidelijk dat dit een geweldige avond ging worden. Bij het tweede nummer was het duidelijk dat dit méér dan geweldig ging worden. En dat werd het. Nu ik erop terugkijk kan ik me niet herinneren dat dat optreden écht 5 kwartier duurden, voor mijn gevoel was het... 10 minuten. Té kort in ieder geval. Want mijn nek deed nog niet eens pijn van het vele headbangen en mijn voeten waren nog niet stuk gedanst. Maar helaas. De band verdween van het podium.
Op naar de signeersessie! Nu stond er een hele lange rij voor de tafels, maar dat geeft niet als je naast je vriend staat/slaapt en op je mobiel nog naar HB kunt luisteren. Toen wij bijna aan de beurt waren herinnerde ik me, dat ik potverdorie niets mee had om te laten signeren... Ik dacht diep na. Net op het moment dat Bob (HB-gitarist) voor me zat (zijn Finnen altijd zo klein?), gooide ik mijn jas voor zijn neus en gaf hem mijn textielstift. ''Are you sure?'' vroeg hij nog, gevolgd door een enthousiast ''I want this pocket!'' en snel krabbelde hij zijn naam op mijn jaszak, en schoof het oude ding door naar Johanna (net zo klein als ik). Zo ging ik de rij langs, met als resultaat dat er 6 handtekeningen op mijn ouwe jas stonden. Nog ergens ver in de zevende hemel zweefde ik terug naar de tent waar een kop warme soep op me wachtte.
Die nacht sliep ik heerlijk.
De volgende ochtend begon met een soort van ochtendduik in het koude Bussloo en daarna opnieuw een heerlijk uurtje worshippen bij de Psalters. Inmiddels had ik een cd van hen bemachtigd en liet ik deze door een paar Psalters signeren. We deden onze zelfgemaakte Free Hug-bordjes om en ontvingen dus een aantal mede-knuffelaars. Sommige mensen keken ons een beetje meewarig aan en riepen dan ''maar jullie hebben elkaar toch al?!''. Tsja, dat is ook zo.
Daarna brachten we heel lang door in Het Atelier waar mijn Wreck This Journal een heleboel te verduren kreeg. We lunchten met een broodje falafel (lekker veel knoflooksaus!!) op het strand en toen was het 15.00 uur.
Nu was het zo dat er op die tijd een heleboel leuke bands zouden spelen, dus van tevoren hadden we een strategisch plan opgezet om alles toch te kunnen zien. Om drie uur sloten we aan in de rij voor een zogenaamde fotosessie met HB, terwijl op de achtergrond Make Up Your Mind nog eens speelde.Halverwege in de rij kwamen we erachter dat het maar een signeersessie was, dus stapten we uit de rij, op weg naar mijn moeder's jeugdidool in de Belofte, Rodney Cordner. We luisterden even, schoten een paar mooie foto's, zwaaiden naar hem en raceten toen door naar de Schrijvers Voor Gerechtigheid. Het was een mooi optreden, maar helaas hadden we weinig tijd. We liepen verder naar de Tuinkamer, waar Charles Frail speelde, een man met een hele aparte stem, zó apart dat ik mijn lachen eigenlijk niet kon inhouden. Sorry Charles.
Om kwart voor 4 liepen we naar de grote tent voor het laatste optreden van de Psalters. Dit keer versterkt. Ik kwam de tent in, en wist niet wat ik zag. Dit was meer dan geweldig. Dit was alsof iemand in alle Psalters een bom had laten ontploffen en ze niet meer konden stoppen met schreeuwen, zingen, dansen. En ik kon dat ook pas toen zij waren gestopt. Voor herhaling vatbaar? Zeker! Meerdere herhalingen!
Daarna waren we moe,maar héél voldaan, en we vertrokken voor een laatste keer naar Het Atelier, om wat buitgemaakte patches op Gideon's tas te naaien. Er kwam maar geen einde aan alle feestjes, want al gauw moesten we naar de Frontline (podium in het water) voor de leukste feestband aller tijden: Trinity! Ik had mijn belletjesarmband om, die erg goed van pas bleek te komen. Halverwege sprongen zanger en gitarist met kleren en al het water in, gevolgd door een stel mede-gekken. Mensen scandeerden ''Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!'' en ik kon niet anders dan ze gelijk geven! Daarna moesten ook de leden van Trinity eraan geloven: het signeren van mijn jas! Nu staan er dus welgeteld 10 handtekeningen op het ouwe ding.
Ook deze avond lieten Hannie's kookkunsten haar niet in de steek en het leek een rustige avond te worden, totdat ik op het maffe idee kwam om naar The Spirit That Guides Us te gaan. Er stond een lange rij voor de tent, maar we doodden de tijd aardig met bomen knuffelen.
TSTGU was... één kluwe onlosmakelijke herrie. Na 2 nummers had ik het dus ook wel weer gehad. We liepen naar de Belofte om onze laatste 5 munten uit te geven aan thee (ach ja). Voor een zesde munt konden we er havermoutkoek bijkrijgen. Die munt hadden we echter niet. De man kwam terug met 2 dampende koppen (munt)thee én een grote koek. ''Het waren er toch echt 6 hoor!'' zei hij knipogend. Ik knipoogde terug en we ploften neer in de Oase.
Na een poosje kwamen er twee neanderthalers aka Psalters in het wild de tent binnen om te preken. Mijn oogleden werden alleen steeds zwaarder en zwaarder....
Na de laatste soep en een aantal spelletjes dook ik in mijn slaapzak en glimlachte gelukzalig. Wat is het toch leuk om in zo'n leuke kerk te zitten!

Na de Outburst (een ''outburst'' was het zeker, vooral door het grijze wolkendek boven ons...) ruimden we onze grote legertent op en fietsten huiswaarts. Ik was moe, maar heb nu alweer vreselijk veel zin in volgend jaar! Ik ben officieel overtuigd.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten