zondag 14 september 2014

Welkom in het Hoge Noorden


Volgens vele ooms, tantes, ouders en overige volwassenen is de tijd van mijn leven aangebroken: mijn studententijd. Als ik vervolgens als meisje uit het midden van het land aankondig dat ik voor een kunstgerelateerde studie ben verhuisd naar het Hoge Noorden, krijg ik vaak bewonderende, soms zelfs angstige blikken. Groningen… dat is ver, heftig, bruut en volgens mijn lieve oma ook erg koud. Voor ik vertrok, kocht ze een dikke sjaal voor me. Momenteel breit ze een vest voor me. Mijn andere oma stuurde me al een bezorgde mail of ik nog geen last had gehad van de aardbevingen. Ik houd me tegenwoordig in om erbij te zeggen dat ik ook nog eens in Haren woon. De herinnering aan Project X is bij sommigen nog erg vers… 

Toegegeven, mijn leven is inderdaad stukken spannender geworden sinds ik mijn kamer in het noorden ben betrokken. Niet dat mijn leven nou zo spetterend vol zit met de meest wilde activiteiten, nee, het zit ‘m in de kleine, alledaagse dingen die mijn wenkbrauwen inmiddels permanent twee centimeter omhoog doen staan.



Laat ik beginnen bij de fietstocht van zo’n half uur die ik iedere dag maak naar de universiteit. De weg vanuit Haren is niet zo bijster boeiend, alle tijd om rustig wakker te worden dus. Zodra de Martinitoren echter in zicht begint te komen, weet je dat het gedaan is met je rust…

Het begint met de kruising met de immer drukke Stationsweg, waar iedereen stiekem vast voorsorteert om het pandemonium dat losbreekt wanneer het licht dan eindelijk op groen springt zo goed mogelijk te overleven. Ben je er met niet al te veel kleerscheuren vanaf gekomen? Maak je borst dan maar nat, want zodra je de bocht naar het Groninger Museum hebt genomen, is het opletten geblazen. Tenzij je iemand omver wilt rijden en daarmee een domino-effect in gang wilt zetten natuurlijk. Niet één blik kun je werpen op het altijd fascinerende museum met al die leuke verschillende kleuren en vormen en… verder ga ik niet uitweiden, ik wil geen ongelukken op m’n geweten hebben. Één keer teveel knipperen met je ogen en je rijdt een nimmer iets vermoedende voetganger omver. Net als jij namelijk voorbij wilt rijden, besluit die ene voetganger net om een stapje opzij te doen, recht in jouw spaken. Deze nachtmerrie gaat nog de hele Folkingestraat door. Dacht je dan dat je alles gehad had? Mis! De Vismarkt oversteken is iedere dag weer een heel avontuur, vooral op dinsdag en vrijdag, als er ook nog markt is. De beste tactiek is de tactiek die de politici ook graag gebruiken: gewoon zelfverzekerd kijken en doorgaan op de oude voet, doen alsof je niets en niemand om je heen ziet, alsof er niets aan de hand is….



Niet alleen het fietsen is als beginnende student een groot avontuur. Wacht maar tot je je eerste voet binnen zet in de jungle die ook wel de UB wordt genoemd. Als je niet steil achterover valt door de enorme hoeveelheid aan boeken met exotische titels waarvan je je afvraagt waarom die in hemelsnaam ooit geschreven zijn, dan is het mogelijk wel wanneer je voor de eerste keer probeert te kopiëren. Tenminste, dat is mijn ervaring. Als ex-biebmiep dacht ik dat ik daar wel even gauw mijn weg kon vinden. Maar degene die bedacht heeft dat er zoveel knopjes op een kopieerapparaat kunnen zitten, moet wel een zeer sadistisch persoon zijn. Je kan de knopjes allemaal indrukken, heb ik ontdekt, maar meestal druk je de eerste tien pogingen op de verkeerde. Misschien ligt het juist wel aan mijn bibliotheekverleden: ik heb een elektronica-handicap. Gelukkig kost het maken van een kopietje maar het luttele bedrag van één cent en zijn printers bij de Media Markt ook niet zo duur.



Heb je dan eenmaal je werk uitgeprint, dan kom je er thuis achter dat je er misschien een nietje doorheen had moeten jassen. Uiteraard had ik niet gedacht aan een nietmachine bij m’n verhuizing. Het apparaat was nou nooit bepaald mijn levensbehoefte nummer één. Gelukkig zit de Action – dé winkel voor alle beginnende kamerbewoners – om de hoek. Een klein half uurtje later zette ik dus mijn eerste nietje in mijn werk. Althans, dat was de intentie. Blijkbaar ben ik niet alleen elektronisch onhandig, maar ontbreekt ook mijn coördinatie en richtvermogen. Het nietje in kwestie bevond zich niet in het papier, maar vreemd genoeg in mijn linker wijsvinger. Een beetje verbaasd keek ik ernaar, waarna ik snel een pincet pakte om het onding uit mijn vinger te wrikken. Conclusie: de nietmachine werkt uiterst goed.



 Stiekem geniet ik van al dit geklungel als eerstejaars groentje, afkomstig uit het onschuldige Deventer. Nooit geweten dat je als student zoveel lullige onbenulligheden moet leren. Zeg nou zelf: als iedere gewone dag al zo’n groot avontuur is, dan wil je hier toch nooit meer weg? Het is waar: er gaat echt niks boven Groningen. Qua mijn blunders, gênante acties en soms pijnlijke levenslessen dan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten