woensdag 23 september 2015

Benny

Ik woon in een hele grote, stille flat. Heel prettig voor als je een semi-nerd bent zoals ik en af en toe rustig wilt studeren, maar soms, na urenlang alleen zijn, mis je toch een beetje aanspraak. De cactussen werden na verloop van tijd toch wat saai, dus overwoog ik om een kat te nemen. Die neemt niet zoveel ruimte in beslag en daar zit af en toe ook nog wat beweging in (als het goed is althans). Maar direct keek ik bezorgd naar mijn mooie gordijnen en vervolgens naar het water direct voor mijn deur. Om de uitdrukking 'verzopen kat' nou direct letterlijk te laten worden...

Mijn gepeins werd onderbroken toen ik plots Benny zag zitten. Hij was er opeens, op mijn muur. Ik bekeek hem eens goed en vroeg hem 'wat ben jij?' Benny antwoordde niet, wat voor mij een hele opluchting was, want op herrie makende insecten ben ik niet zo dol. Benny zag eruit als een kleine mot, heel charmant. Hij wapperde ook niet zo zenuwachtig met zijn vleugels als zijn grotere soortgenoot. Ik besloot dat Benny mocht blijven. 
Al snel wist Benny een heleboel over mij. Benny zat namelijk overal waar ik kwam. Daar verraste hij mij dan door plotseling ergens op te zitten. Zoals ik al zei was Benny een heel charmante....tja, eh, een Benny. Ging ik koken, Benny was daar. Ging ik naar bed, Benny zat op mijn nachtlampje. Hij zei niets, bewoog niet, zat er alleen maar en luisterde zo nu en dan naar wat ik zei. Een ideale vriend. Een stille kracht. 
Benny ging wel ver: op een gegeven moment zat hij zelfs in de wasbak toen ik naar het toilet ging. Kwam ik thuis van college, dan zat Benny al op mijn voordeur. Ging ik vervolgens naar binnen, dan zat hij al braaf op mijn muur. Een volgzaam type - tenminste, zo dacht ik...

Tot ik recentelijk laat thuiskwam van een feestje. Ik was nog half met mijn gedachten daar en knipte nietsvermoedend de lamp in mijn donkere, stille kamer aan. Uiteraard zag ik Benny op de muur zitten en glimlachte naar hem. Tot ik naast mijn Benny een andere Benny zag zitten, en daarnaast nog één. Mijn mondhoeken zakten weer naar beneden. De vier diertjes bewogen niet en keken mij zwijgend, haast uitdagend aan. Benny bleek een gezin te hebben! 'De bedrieger...', siste ik zachtjes.
Benny's vrouwen beperkten zich niet tot die drie. De daarop volgende dag zat een deel van Benny's harem in de douchecabine. Een deel had zich in mijn keuken verschanst, en ééntje zat ijdel op mijn spiegel. Ik heb een week hart, maar dit ging mij toch echt te ver. Ik had behoefte aan één huisdier, niet aan een hele kudde! Ik pakte een tijdschrift en mepte - met toch een beetje wroeging - de eerste drie vrouwen van Benny van de muur. ''Heb je wel eens aan geboortebeperking gedacht?', vroeg ik aan Benny. Hij zei niets, wat wel 'nee' betekend zal hebben, want ik mep nog steeds iedere dag met hetzelfde tijdschrift in kwestie ongewilde bezoekers van de muur. Nu verschansen ze zich in de gezamenlijke douchecabine, want dat is neutraal grondgebied. Iedere keer werp ik ze een misprijzende blik toe. Vuile fangirls... Benny blijft van mij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten